• ReMa EMCL+
  • ReMa Language & Cognition
  • Multilingualism
  • Neurolinguistiek
  • European Linguistics
  • Applied Linguistics

Tijdens mijn bachelor Taalwetenschap aan de RUG besloot ik de minor logopedie te doen. Tijdens deze minor kwam ik erachter dat ik erg geïnteresseerd was in de ‘hoe’ en ‘waarom’ achter de verschillende taalstoornissen en de therapie. Ik besloot daarom om logopedie niet af te maken, maar om mij aan te melden voor een research master die gericht is op taalstoornissen, namelijk EMCL+ (Erasmus Mundus+ Clinical Linguistics). EMCL+ is een tweejarige Erasmus Mundus master waarbij je elk semester in een ander land studeert. Ik ben afgelopen semester begonnen in Finland en voor het tweede semester zit ik in Groningen. Na de zomer verhuizen we met de hele EMCL groep naar Duitsland, en het laatste semester lopen we allemaal stage in verschillende landen, waar we dan ook onze scriptie schrijven. Tijdens de master krijg je verschillende vakken. Zo leer je meer met PRAAT te werken en het programma te gebruiken voor het analyseren van spraakstoornissen. Ook krijg je natuurlijk statistiek (wat onmisbaar is in onderzoek), en moeten we onderzoek doen. Daarnaast krijg je de mogelijkheid om je schrijfvaardigheid voor papers te verbeteren. In Groningen leren we over wakker-hersenoperaties, taalstoornissen, en we krijgen zelfs les in het ontwikkelen van therapie gebaseerde apps! Deze master is zeker een aanrader als je van plan bent om het onderzoek in te gaan. Ten slotte vind ik het erg leuk dat je samen met mensen van over de hele wereld deze studie doet. Je doet veel gezellige dingen samen en leert daardoor ook veel over hun cultuur. Deze mensen zijn voor mij een tweede familie.

Elise Oosterhuis

Sinds dit jaar volg ik de research master Language and Cognition. Wat ik zo leuk vind aan deze master is dat ruimte is om je eigen programma te kiezen. Studenten Taalwetenschap krijgen voor een aantal vakken vrijstelling op basis van hun bachelorprogramma (zoals voor het vak Linguistic Theory) waardoor er ruimte is om vakken van andere masters te kiezen. Zo heb ik vakken kunnen volgen van de master Applied Linguistics en Neurolinguïstiek.

Waar ik heel erg aan moest wennen in het begin, is dat de opleiding in het Engels is. Dat is eerst heel gek, maar gelukkig went het heel snel, dus laat je vooral niet tegenhouden door een mogelijke taalbarrière (voor welke opleiding dan ook!). Daarnaast is deze master best competitief: veel mensen willen namelijk door met onderzoek doen binnen de universiteit, terwijl daar niet veel plekken voor zijn. Iedereen wil dus goed presteren en zich onderscheiden van de rest. Dit zorgt voor druk om niet alleen heel goede cijfers te halen, maar ook nog diverse projecten naast je studie te doen terwijl daar niet altijd ruimte voor is. Ik werd hier eerst echt een beetje gek van, omdat ik het idee had dat wat ik deed niet goed genoeg was. Inmiddels heb ik dat losgelaten en doe ik alleen dingen die me echt interesseren en waar ik me graag voor wil inzetten, niet omdat ik het idee heb dat dat moet.

De naam zegt het eigenlijk al; in een research master draait het vooral om onderzoek. In het eerste jaar oriënteer je je vooral op andermans onderzoek en volg je methodologische vakken, waaronder ook statistiek. In het tweede jaar ga je meer zelf doen: eerst op stage in het buitenland en daarna je scriptie schrijven. Als je deze master wilt gaan doen, is het dan ook belangrijk dat je interesse hebt in onderzoek. Daarmee bedoel ik niet alleen het inhoudelijke onderzoek naar datgene wat jou interesseert, maar ook naar nieuwe manieren van onderzoek doen. Ik zit nu in het eerste jaar en vind alles gelukkig heel leuk, maar ik heb ook vooral heel veel zin in mijn stage volgend jaar!

Marjolein Mués

Ik denk dat wanneer je andere mensen vertelt dat je Taalwetenschap studeert, de meest gestelde vraag is: wat kun je daar dan mee? Wat word je dan, en wat wil jij worden? Na mijn bachelor kon ik nog steeds geen duidelijk antwoord op deze vraag geven, daarom besloot ik een master te gaan doen. Ik twijfelde tussen Applied Linguistics en Multilingualism, heb uiteindelijk voor de laatste gekozen en daar zeker geen spijt van gehad!

Wat ik zo fijn vind aan deze master is dat het eerste halfjaar heel breed is, er worden veel verschillende onderwerpen behandeld. Dit geeft je de mogelijkheid om te ontdekken waar je interesses liggen, en waar juist niet. Deze kennis heb ik gebruikt om voor het tweede halfjaar een stageplek en scriptieonderwerp te kiezen. Doordat dit tweede halfjaar erg gericht is op specifieke onderwerpen waar ik intensief mee bezig ben, kom ik weer iets dichterbij het antwoord op de vraag wat ik wil worden.

Naast de academische kennis van verschillende vakgebieden (zoals sociolinguïstiek, psycholinguïstiek en onderwijs) geeft deze master dus ook de mogelijkheid om door praktische dingen (opdrachten, excursies en een eventuele stage) te ontdekken waar je je in wilt specialiseren en hoe je jouw kennis wilt gaan toepassen.

Laura Nap

Na het behalen van mijn bachelor Taalwetenschap ben ik in september begonnen aan de master Neurolinguïstiek. Deze keuze was in mijn geval voor de hand liggend, omdat ik tijdens mijn bachelor gekozen heb voor de minor logopedie. De master Neurolinguïstiek wordt volledig in het Nederlands gegeven en sluit goed aan op de bachelor Taalwetenschap. Zo volg je in het eerste semester drie vakken: dyslexie, taalontwikkelingsstoornissen en afasiologie. Elk vak start met een introductie, bestaande uit onder andere nieuwe stof en recente onderzoeken die binnen het vakgebied zijn gedaan. Vervolgens ga je aan de slag met een eigen onderzoek, deels in groepsverband en deels individueel. Voor elk vak geldt dat het wordt afgerond met een presentatie en een paper. Vervolgens, in het tweede semester, loop je een klinische stage en schrijf je een scriptie.

Tot nu toe ben ik erg blij met mijn keuze voor deze master. Het programma sluit nauwkeurig aan bij de bachelor, en daarnaast komt er veel verdiepende stof bij. Alle vakken zijn 10EC, wat betekent dat je dus een heel semester lang de drie vakken volgt (en dus ook maar drie docenten hebt!). Het contact tussen de docenten en studenten is ook veel persoonlijker dan tijdens de bachelor. Het leuke van de master is ook dat er een stage bij in zit. Zelf loop ik nu stage in een revalidatiecentrum in Apeldoorn, waar ik mijn geleerde kennis van zowel de bachelor als de master in praktijk kan brengen. Ik analyseer hier onder andere spontane taal van afasiepatiënten en interpreteer testscores van bijvoorbeeld de PALPA en de CAT.

Wat ik in het begin wel wennen vond, was de groep. Vanuit Taalwetenschap was ik gewend dat ik iedereen uit mijn jaar wel kende, dat bleek bij de master wel anders te zijn. Bij deze master zitten veel logopedisten, die na hun HBO en een pre-master bij de master terecht zijn gekomen. Het voordeel hiervan is dat je veel van elkaar kan leren, zij hebben immers meer ervaring in de praktijk.

Het komende semester hoop ik mijn stage en scriptie succesvol af te ronden, zodat ik mij aan het eind van dit collegejaar klinisch linguïst kan noemen!

Bianca Brinkhuis

Na het behalen van mijn bachelor Taalwetenschap ben ik in september begonnen aan de master Neurolinguïstiek. Deze keuze was in mijn geval voor de hand liggend, omdat ik tijdens mijn bachelor gekozen heb voor de minor logopedie. De master Neurolinguïstiek wordt volledig in het Nederlands gegeven en sluit goed aan op de bachelor Taalwetenschap. Zo volg je in het eerste semester drie vakken: dyslexie, taalontwikkelingsstoornissen en afasiologie. Elk vak start met een introductie, bestaande uit onder andere nieuwe stof en recente onderzoeken die binnen het vakgebied zijn gedaan. Vervolgens ga je aan de slag met een eigen onderzoek, deels in groepsverband en deels individueel. Voor elk vak geldt dat het wordt afgerond met een presentatie en een paper. Vervolgens, in het tweede semester, loop je een klinische stage en schrijf je een scriptie.

Tot nu toe ben ik erg blij met mijn keuze voor deze master. Het programma sluit nauwkeurig aan bij de bachelor, en daarnaast komt er veel verdiepende stof bij. Alle vakken zijn 10EC, wat betekent dat je dus een heel semester lang de drie vakken volgt (en dus ook maar drie docenten hebt!). Het contact tussen de docenten en studenten is ook veel persoonlijker dan tijdens de bachelor. Het leuke van de master is ook dat er een stage bij in zit. Zelf loop ik nu stage in een revalidatiecentrum in Apeldoorn, waar ik mijn geleerde kennis van zowel de bachelor als de master in praktijk kan brengen. Ik analyseer hier onder andere spontane taal van afasiepatiënten en interpreteer testscores van bijvoorbeeld de PALPA en de CAT.

Wat ik in het begin wel wennen vond, was de groep. Vanuit Taalwetenschap was ik gewend dat ik iedereen uit mijn jaar wel kende, dat bleek bij de master wel anders te zijn. Bij deze master zitten veel logopedisten, die na hun HBO en een pre-master bij de master terecht zijn gekomen. Het voordeel hiervan is dat je veel van elkaar kan leren, zij hebben immers meer ervaring in de praktijk.

Het komende semester hoop ik mijn stage en scriptie succesvol af te ronden, zodat ik mij aan het eind van dit collegejaar klinisch linguïst kan noemen!

Bianca Brinkhuis

Na het behalen van mijn bachelor Taalwetenschap ben ik in september begonnen aan de master Neurolinguïstiek. Deze keuze was in mijn geval voor de hand liggend, omdat ik tijdens mijn bachelor gekozen heb voor de minor logopedie. De master Neurolinguïstiek wordt volledig in het Nederlands gegeven en sluit goed aan op de bachelor Taalwetenschap. Zo volg je in het eerste semester drie vakken: dyslexie, taalontwikkelingsstoornissen en afasiologie. Elk vak start met een introductie, bestaande uit onder andere nieuwe stof en recente onderzoeken die binnen het vakgebied zijn gedaan. Vervolgens ga je aan de slag met een eigen onderzoek, deels in groepsverband en deels individueel. Voor elk vak geldt dat het wordt afgerond met een presentatie en een paper. Vervolgens, in het tweede semester, loop je een klinische stage en schrijf je een scriptie.

Tot nu toe ben ik erg blij met mijn keuze voor deze master. Het programma sluit nauwkeurig aan bij de bachelor, en daarnaast komt er veel verdiepende stof bij. Alle vakken zijn 10EC, wat betekent dat je dus een heel semester lang de drie vakken volgt (en dus ook maar drie docenten hebt!). Het contact tussen de docenten en studenten is ook veel persoonlijker dan tijdens de bachelor. Het leuke van de master is ook dat er een stage bij in zit. Zelf loop ik nu stage in een revalidatiecentrum in Apeldoorn, waar ik mijn geleerde kennis van zowel de bachelor als de master in praktijk kan brengen. Ik analyseer hier onder andere spontane taal van afasiepatiënten en interpreteer testscores van bijvoorbeeld de PALPA en de CAT.

Wat ik in het begin wel wennen vond, was de groep. Vanuit Taalwetenschap was ik gewend dat ik iedereen uit mijn jaar wel kende, dat bleek bij de master wel anders te zijn. Bij deze master zitten veel logopedisten, die na hun HBO en een pre-master bij de master terecht zijn gekomen. Het voordeel hiervan is dat je veel van elkaar kan leren, zij hebben immers meer ervaring in de praktijk.

Het komende semester hoop ik mijn stage en scriptie succesvol af te ronden, zodat ik mij aan het eind van dit collegejaar klinisch linguïst kan noemen!

Bianca Brinkhuis

I’m still very happy with my choice to do Neurolinguistics. The program is closely related to the bachelor Linguistics, and there’s a lot of new theory as well with a more in-depth approach. All courses are 10EC (European Credits), which means that you’ll do three courses over the course of one semester (and therefore only have three teachers). During the master, you’re a lot closer to the teachers than during the bachelor. I really like doing an internship. At the moment I’m an intern at a rehabilitation centre in Apeldoorn, where I can apply what I learned in both the bachelor and master. Among other things, I analyze spontaneous speech of aphasia patients, and interpret test scores of, for instance, the PALPA and the CAT.

At first, I had to get a little used to the group. During the bachelor, I knew all of my classmates, but in the master there are a lot of speech therapists, who ended up in the master after doing a bachelor in speech therapy and a pre-master Linguistics. As these students have more hands-on experience, we can learn a lot from each other.

I’m hoping to complete my internship and thesis this semester, and can officially call myself a clinical linguist!

Bianca Brinkhuis

NB: The main language of this master is Dutch.

Ben je na de bachelor toe aan een andere kijk op taalwetenschap? Misschien is de master Europese Taalkunde wel iets voor jou. Er is geen vaste route die je binnen deze opleiding bewandelt. Je begint met een opfriscursus statistiek en krijg je wat methodiek vanuit Applied Linguistics mee. Daarnaast kies je zelf je vakken. Je hebt daarin aardig wat keuze, waarbij de interesses van de docenten veelal de thematiek bepalen. Bij Language Development bespreken we het leren van een tweede taal en is er ook veel aandacht voor tweetaligheid. Het gaat dan niet over het aanleren van de tweede taal zoals bij Applied Linguistics, maar over de processen in het brein. Je kan ook kiezen voor het vak New Sounds, wat begint met fonologie en lessen in PRAAT. Daarna voer je zelf een onderzoek uit met fonetische analyses. Dit is het moment waarop je een Europese twist kan geven aan het vak!

Omdat er geen vakken exclusief voor Europese Taalkunde-studenten zijn, is het belangrijk dat je zelf een soort samenhang creëert in je vakkenpakket. Een vak waarvan ik persoonlijk vind dat het wel verplicht kan zijn, is Language Variation in Europe. Dit focust zich specifiek op manieren van communicatie en onderling begrip tussen sprekers van talen van Europa. Een aanrader binnen de studie! Het leuke van het volgen van zeer diverse vakken, is dat je ook telkens met andere mensen van andere masterprogramma’s samenwerkt. Zo ontmoet je mensen met een heel andere achtergrond, die bijvoorbeeld een research master doen, een taal studeren of Applied Linguistics doen. Er wordt veel actieve participatie van je gevraagd en dat levert discussies op waarin ieders inbreng anders is. We hebben het niet alleen over Universal Grammar maar ook andere inzichten komen aan bod.

Voor dat je het weet is het alweer tijd voor je scriptie. Ook hierbij kan je zelf alles kiezen en ben je zelf verantwoordelijk voor een Europees tintje. De scriptie schrijf je in het Engels, wat misschien een extra uitdaging is. De studie is ook volledig Engelstalig, maar met een groot percentage Nederlandse studenten (nu 75%) en veel Nederlands-sprekende docenten is het soms ook wel toegestaan wat Nederlands te gebruiken. Nederlands is immers ook Europees…

Marieke Veenendaal

Na de bachelor Taalwetenschap afgerond te hebben, heb ik gekozen voor de master Applied Linguistics. Deze master wordt volledig in het Engels gegeven (zoals de meeste masters van Taalwetenschap in Groningen). Wat in deze master centraal staat, is het leren van een vreemde taal. Hoe gaat dit in z’n werk, maar vooral: onderwijs. Wat is de beste methode om een leerling een vreemde taal te leren?

In het eerste semester leer je veel over de theorie door uiteraard colleges te volgen, maar ook breng je dit in de praktijk door zelf onderzoek te doen en hierover papers te schrijven. De vakken Theory of 2nd Language Development en Teaching Methodology/2nd Language Development gaan over het leren van een vreemde taal. Daarnaast volg je de vakken Research Methodology en Essential Statistics, waarin je leert om data statistisch te verwerken (in het programma R) en wederom schrijf je een paper. Ik vond zelf het vak Essential Statistics heel fijn, omdat je hier echt de basics van statistiek uitgelegd krijgt.

In het tweede semester ga je je masterscriptie schrijven (20 EC) en kun je eventueel een stage volgen, of het vak Computer Assisted Language Learning (CALL). Het is ook mogelijk om hier een vak van een andere master van Taalwetenschap te volgen, zoals bijvoorbeeld Language Variation in Europe van de master European Linguistics.

Het mooie aan deze master is dat het heel persoonlijk is. Aan het begin van het collegejaar gingen we bijvoorbeeld pizza eten bij een van de docenten. Dit is heel anders dan dat we in de bachelor gewend zijn. Ook zijn er in mijn jaar heel veel buitenlandse studenten, uit bijvoorbeeld Spanje, Engeland en de VS.

Leonie van der Land