Stage longitudinaal dyslexieonderzoek

Tijdens de master Neurolinguïstiek is het verplicht om stage te lopen. In deze blog zal ik iets meer vertellen over de stage die ik heb gelopen voor het vak dyslexie. Tijdens het mastercollege Dyslexie werd de studenten verteld over het langlopende dyslexieonderzoek, dat is begonnen in 1999 en nu nog steeds bezig is. Het onderzoek test kinderen met een familiair risico op dyslexie en een controlegroep zonder dyslexie. De proefpersonen werden voor het eerst getest toen ze nog maar een aantal maanden oud waren en momenteel zijn ze twaalf jaar oud. Ellie van Setten-Huizinga is PhD student en voert momenteel de testen uit. Tijdens één van de colleges van dyslexie kwam Ellie vertellen over haar onderzoek en gaf aan dat ze voor het volgende semester (van februari tot augustus 2013) op zoek was naar stagiairs. Mijn aandacht was gelijk getrokken, aangezien ik al wist dat ik graag wou afstuderen in de richting van dyslexie. Ik heb na dat college gelijk aangegeven dat ik interesse had in een stageplek. Ik vond het enorm leuk dat ik stage kon lopen bij een longitudinaal onderzoek naar dyslexie. Ik zag deze stage als een enorme uitdaging, omdat ik tijdens de bachelor Taalwetenschap geen stage heb gelopen en ik dus graag zelf onderzoek wilde doen, om meer ervaring te krijgen op het gebied van dyslexie. Wat me ook aantrok bij deze stage, was het feit dat het een longitudinaal onderzoek is. Ook vond ik het prettig dat ik zou helpen met de dataverzameling en het analyseren van de data. Hierdoor was ik echt betrokken bij het onderzoek en het verwerken en interpreteren van de resultaten. De stage vond plaats in het Neuroimaging Centrum (NIC) te Groningen. Het NIC is een samenwerking tussen het Universitair Medisch Centrum Groningen (UMCG) en de Rijksuniversiteit Groningen (RUG). Ik heb ongeveer anderhalve dag stage gelopen per week en uiteindelijk heb ik de stage met een 8 afgesloten.

Het hoofddoel van de stage was onderzoek doen naar de leesontwikkeling van kinderen met en zonder een erfelijk risico op dyslexie. Bij dit onderzoek werd er gebruik gemaakt van ElectroEncephaloGraphy (EEG) en verschillende gedragstaken om antwoord te krijgen op de vraag waarom sommige kinderen met een risico op dyslexie wel problemen ondervinden met zowel technisch als begrijpend lezen, terwijl andere kinderen dit niet hebben. Om de hersenactiviteit te meten werd er gebruik gemaakt van EEG. Dit is een methode waarbij de elektrische activiteit van de hersenen gemeten kan worden, terwijl een proefpersoon een bepaalde taak doet. Tijdens deze gedragstaken werd onder andere de leesvaardigheid van bestaande woorden en pseudowoorden gemeten, de fonologische vaardigheden en de mogelijkheid tot het snel benoemen van cijfers gemeten.

Ik heb mijn scriptie geschreven over de resultaten die uit de gedragsmetingen kwamen. Ik vond het heel fijn dat ik mijn stage en scriptie aan elkaar kon linken, waardoor ik geen compleet ander onderzoek voor mijn scriptie hoefde te doen. Ik zou het dus altijd aanraden om dit aan elkaar te koppelen. Een kleine tip: denk goed na voordat je een stage- en scriptiebegeleider kiest. Je ziet er voor een lange tijd aan vast en een goede begeleider kan echt het verschil maken. Een andere tip die ik wil geven is: ga op tijd op zoek naar een stageplek. Via het stagebureau is het vaak lastig om een stage te vinden die gerelateerd is aan Taalwetenschap. Je hebt meer kans op een leuke stageplek via de docenten van Taalwetenschap. Zij hebben vaak veel connecties in het werkveld.

Wil je meer weten over mijn stage of heb je andere vragen? Je kunt altijd een mailtje sturen naar contact@nynkeboudien.nl