Blog: Van Taalwetenschap naar droombaan

Jet M.J. Vonk, PhD

Eén ding was zeker: ik wilde journalist worden. Nadat ik weloverwogen van mijn kinderdroom als helicopterpiloot had afgezien en me realiseerde dat je geen reisbureaumedewerkster hoefde te worden om de wereld rond te reizen, vertrok ik 17 lentes jong naar Groningen om te studeren.

Journalistiek was een Masteropleiding, dus ik moest eerst een Bachelor doen; dat werd Nederlandse Taal & Cultuur. In mijn tweede jaar moest ik een minor kiezen en Afasiologie leek me wel wat vanwege mijn interesse in de werking van ons brein. In een van de colleges had Dr. Roelien Bastiaanse een aantal varkenshersenen geregeld, die we in tweetallen moesten onderzoeken. Onze eerste taak was om de gebieden van Broca en Wernicke en de arcuate fasciculus daartussen te localiseren, de tweede taak om aan te geven welke vorm van afasie met welke symptomen gelinkt was aan letsel in deze regio’s. Ik was op slag verliefd op Taalwetenschap en wel specifiek op de Neurolinguistiek.

Ik koos ervoor om ook de Bachelor Taalwetenschap te voltooien, gevolgd door de onderzoeksmaster Language and Cognition. Ik dacht dat ik afasie zou gaan onderzoeken, maar ik herinner me nog goed dat ene college in een lokaaltje diep achterin het Harmoniegebouw waarin Dr. Roel Jonkers vertelde over taal en dementie. Er was eigenlijk nog maar relatief weinig onderzoek naar gedaan en een van de vragen in de literatuur was of er wel meerwaarde was om de taalproblemen te begrijpen in een neurodegeneratieve ziekte zonder remedie. Dat was het moment dat ik besloot dat ik dementieonderzoeker wilde worden, vastbesloten dat meer kennis op dit gebied de patiënten en hun naasten zou kunnen helpen.

Mijn onderzoeksstage deed ik gedurende zes maanden in New York bij Dr. Loraine Obler, die veel heeft geschreven over taalproblemen tijdens gezond ouder worden en bij de ziekte van Alzheimer. Na terugkomst studeerde ik af in Groningen en vertrok ik voor een half jaartje naar Newcastle Upon Tyne in Engeland als gastonderzoeker, om daarna terug te keren naar New York als promovenda. Vier jaar lang deed ik daar onderzoek naar lexicaal-semantische verwerking in primaire progressieve afasie, waarbij ik mijn data verzamelde tijdens acht maanden aan UCSF in San Francisco. Na mijn promotie werd ik postdoc-onderzoeker aan Columbia University in New York. Daar werk ik nog steeds, maar nu op afstand terwijl ik weer in Nederland woon. Ik heb ook een gedeelde aanstelling aan het UMC Utrecht sinds september 2018. Vorige maand ben ik daar mijn Veni-onderzoek gestart naar hoe psycholinguistische eigenschappen van woorden kunnen helpen om eerder de cognitieve symptomen van de ziekte van Alzheimer op te sporen.

Mijn onderzoek richt zich dus op semantische problemen in dementie. Tijdens mijn postdoc ben ik steeds meer gaan nadenken over hoe we taalkundige kennis kunnen gebruiken in het detecteren van dementie. Taalproblemen komen voor bij veel vormen van dementie en in het geval van de ziekte van Alzheimer zijn semantische problemen een van de eerste symptomen. Dit is vooral merkbaar in de woordvindingsproblemen die deze mensen hebben. Door met een taalkundige invalshoek reeds bestaande neuropsychologische testen te analyseren kunnen we informatie naar boven halen die tot nu toe nog verborgen bleef. Deze informatie kan ons helpen om de vroege signalen van semantische achteruitgang op te pikken en daardoor bijdragen aan het eerder kunnen vaststellen van een diagnose van Alzheimer. Een vroegere diagnose heeft zowel meerwaarde voor de patiënt en diens omgeving, alsmede voor het onderzoek naar een medicijn tegen deze ziekte.

Waarom wilde ik ook alweer journalist worden? Ik wilde dingen schrijven die mensen belangrijk en interessant vonden om te lezen, ik wilde een gevarieerde baan waarbij je niet elke dag hetzelfde zou doen en ik wilde regelmatig naar andere plekken reizen voor mijn werk. Dat is precies wat ik nu doe, plus nog meer. Wie had gedacht dat ergens tussen de denkbeeldige helicoptervluchten, reisbestemmingen en nieuwsreportages het pad der Taalwetenschap mij leidde naar mijn droombaan.